Beleidsplan - 1. Over de wereld van vandaag en hoe daarin gemeente te zijn

1.1 Kerntaken

De oorsprong van de christelijke gemeente ligt in het evangelie.
Vanuit die oorsprong heeft elke gemeente een drietal kerntaken:

• zij vormt een gemeenschap,
• zij zoekt steeds weer de band met God,
• zij weet zich geroepen tot dienst aan de samenleving

Elke tijd en elke situatie vraagt erom dat we opnieuw doordenken hoe die kerntaken gestalte te geven.

1. 2 Situatie

Wij leven in een geïndividualiseerde samenleving. Dat betekent dat we denken en handelen vanuit het eigen leven als centrum. Ieder neemt en krijgt de ruimte zijn leven naar eigen inzicht in te richten. Grotere verbanden als de familie of de kerk komen op het tweede plan. Met name het weekend beleven mensen steeds meer als een ruimte die ze voor zichzelf claimen, vrij van alle maatschappelijke verplichtingen. Je ziet dat terug in de zondagse kerkgang. Die loopt terug. Niet alleen omdat het aantal kerkgangers afneemt, maar vooral ook omdat velen minder vaak komen dan vroeger. Toch kunnen ook wij niet zonder gemeenschap. We zoeken en vinden die ook, maar het zijn vaak incidentele momenten van gemeenschap. Dikwijls naar aanleiding van bijzondere gebeurtenissen in het persoonlijk leven: rond geboorte, huwelijk dood. Bij schokkende maatschappelijke gebeurtenissen. Op en rond de christelijke feestdagen die nog altijd het ritme van ons leven mee bepalen.

1. 3 De kerk als herberg

Om wat voor soort kerk vraagt dat? Als antwoord op hebben we in de beleidsplannen van 2005 en 2010 gekozen voor het model van de gemeente als herberg. Dit concept van de herberg is aan het begin van deze eeuw geïntroduceerd door Jan Hendriks destijds als praktisch theoloog verbonden aan de theologische faculteit van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Het woord herberg geeft al direct weer dat het om een open vorm van kerk – zijn gaat. Met mensen die er werken, in vol – of deeltijd: de dominee en de vrijwilligers. Met stamgasten: mensen die er graag en vaak komen en eigenlijk nooit missen willen. Met incidentele gasten. En met mensen die zo maar eens een keer aanleggen. Dat is dus veel gevarieerder beeld dan vroeger, toen je of kerkelijk meelevend was en aan alles meedeed, of buitenkerkelijk. De gastheer in deze herberg is Christus. Die volgens het evangelie niet alleen oog heeft voor zijn leerlingen, maar ook voor een brede kring van mensen daarom heen.

1. 4 Verhalen

Het bindende element in deze herberg zijn verhalen. Allereerst Gods verhaal met ons mensen. De bijbel poneert geen dogma’s, maar vertelt verhalen. Verhalen waarmee je je kunt identificeren, waaraan je kunt groeien, die je op een ander spoor zetten, je aan een nieuw en bevrijdend perspectief helpen. Ze brengen je dichter bij de kern en geven je te denken: Ben ik zo? Zou ik ook zo kunnen zijn? Binnen de context van Gods verhaal met ons, is er ook ruimte om onze eigen verhalen ter sprake te brengen en met elkaar te delen. In de zondagse eredienst, in het pastoraat, op een gespreksgroep. In speciale diensten op de hoogte-­‐ en dieptepunten van ons bestaan.

1. 5 Symbool van de herberg :De tafel

Het symbool van deze vorm van gemeente-­‐zijn is de tafel, een afgeleide van de Avondmaalstafel. Rond deze tafel klinkt het verhaal van God met de mensen, en is er plaats voor ons eigen verhaal. 2 Zo ontstaat een gemeenschap waar verhalen gehoord en verteld worden, en waar naast onderling beraad ook plaats is voor gezelligheid. Via de tafel zijn we verbonden met God en worden we op een nieuwe manier verbonden met elkaar en met de wereld om ons heen.

1.6 Klimaat: Respect en aanvaarding

Het klimaat is een klimaat van respect en aanvaarding. We beslissen niet over elkaar, maar met elkaar. Dat betekent dat besluiten bij consensus (overeenstemming) genomen worden. Niet van boven naar beneden. Niet elkaar dwingend, maar elkaar respecterend. Dat betekent dat we bij meningsverschillen elkaar de vraag willen stellen: kunnen wij elkaar de ruimte geven dingen te doen, ook al zijn die onze keus niet, maar omdat we willen erkennen dat ze voor de ander belangrijk zijn? En zijn wij bereid daarin vervolgens open en kritisch met elkaar mee te blijven leven?

1. 7 Leiding

Van de leiding vraagt dit een houding van pastorale dienst: met mensen dingen doen in plaats van alleen maar voor hen, en daarvoor ruimte scheppen. De pastor heeft de rol van leermeester die alleen leermeester kan zijn door zelf ook leerling te willen zijn. Van de traditie en van de mensen met wie hij/zij deze communiceert. Hij/zij probeert luisterend ruimte te scheppen voor concentratie op de kern: gemeenschap, band met God, dienst aan de samenleving.

1. 9 Criteria om activiteiten aan te meten

Het model van de herberg doet ons drie criteria aan de hand die je kunt gebruiken om alle activiteiten die we organiseren aan te meten en te controleren of we betrokken blijven op de kern van de zaak en trouw zijn aan ons eigen model. Te weten: Gemeenschap: In hoeverre bood deze activiteit gelegenheid tot het beleven van gemeenschap? Geheim van het geloof: bemiddelde deze activiteit voor de deelnemers iets van het geheim van Gods Aanwezigheid in ons midden? Participatie aan de wereld: In hoeverre stimuleerde deze activiteit de dubbele beweging van uitgaan in en naar een samenleving enerzijds en ons als gemeente openstellen voor anderen anderzijds?