Beleidsplan - 11. Organisatie

11. ORGANISATIE

11. 1 Voorwaarden

Een kerkelijke gemeente drijft voor een groot deel op vrijwilligers, zeker als die van protestantse signatuur is. Wat mensen voor de kerk doen, doen ze in hun vrije tijd. Dat betekent dat ze er ook plezier aan moeten beleven. Een gemeente moet daarom zuinig zijn op haar vrijwilligers. Hen waarderen en zorgen dat ze zelf ook wat terug krijgen voor hun inzet: plezier, ervaring en verdieping. In ieder geval mag je hen niet overvragen. Dat vraagt om duidelijke goed afgebakende taken, spreiding van verantwoordelijkheden, goede begeleiding, en een heldere organisatie

11. 2 Kerkenraad met werkgroepen

Opvallend is dat het meestal heel gemakkelijk is mensen te vinden voor een kortlopend project – zo waren de negen leden van de werkgroep voor dit nieuwe beleidsplan zo maar gevonden – terwijl het veel moeilijker is mensen te vinden die voor vier jaar zitting willen nemen in de kerkenraad. Dat maakt dat we kiezen voor een kleine kerkenraad die een deel van het werk delegeert aan werkgroepen. De werkgroepen bereiden beleid voor en voeren het uit. De kerkenraad stelt het beleid vast en zorgt voor goede coördinatie en afstemming tussen kerkenraad en werkgroepen en werkgroepen onderling.

11. 3 De kerkenraad

De bevoegdheden van de kerkenraad zijn: Vaststellen van het beleidsplan, de begrotingen en de jaarrekeningen van diaconie en kerkvoogdij en de jaarplannen, het organiseren van de verkiezing van ambtsdragers, de zorg voor de bediening van woord en sacrament, en de verkiezing van ambtsdragers. De kerkenraad vergadert zes keer per jaar.

11. 4 Omvang van de kerkenraad

In principe zou je toe moeten kunnen met een kerkenraad van 9 mensen: drie ouderlingen, drie diakenen en drie ouderling – kerkrentmeesters. De ouderlingen zijn verantwoordelijk voor pastoraat en eredienst. Zij worden daarin ondersteund door de werkgroep pastoraat die bestaat uit twee wijkteams en de liturgiewerkgroep. De kerkrentmeesters zijn verantwoordelijk voor het beheer van de financiële middelen en de bezittingen van de gemeente. Zij worden ondersteund door de werkgroep beheer. De diakenen houden de gemeente betrokken op de samenleving. De diaconie wordt daarin bijgestaan door de werkgroepen Zending en Werelddiaconaat en de Werkgroep Ouderenzorg. Daarnaast is er een ouderling, diaken of ouderling – kerkrentmeester die voorzitter van de kerkenraad en één die scriba is. Zij bereiden de vergaderingen voor en geven leiding aan het werk van de kerkenraad. Ook zijn zij verantwoordelijk voor de communicatie tussen kerkenraad en gemeente en de communicatie van de gemeente naar buiten.

11. 5 Klein maar vitaal

Onze gemeente bewijst dat je ook als kleine gemeente vitaal kunt zijn. Daarom willen we ook als kleine gemeente welbewust zelfstandig blijven. Zo kunnen we als gemeente ook aanwezig blijven in de haarvaten van onze dorpen. Voor belangrijke functies van het gemeenteleven waar we niet alleen kunnen voorzien, kunnen we samenwerking zoeken met één of meerdere gemeentes in de regio.

11. 6 Beleidsvoornemens

Concreet leidt dit tot de volgende beleidsvoornemens:
1.De kerkenraad doet niet alles alleen, maar delegeert waar dat kan taken aan werkgroepen.
2.Ook al worden we als gemeente kleiner we willen wel zelfstandig blijven om als kerk betrokken te kunnen blijven op onze dorpen.