Beleidsplan - 12. Financiele middelen

12. FINANCIËLE MIDDELEN

12. 1 Financiële basis

De financiële basis van onze gemeente berust op een viertal pijlers
1. Landerijen
2. Kapitaal op de bank
3. Inkomsten van de begraafplaatsen in Deinum en Boksum
4. Vrijwillige bijdragen van de leden
In een krimpende gemeente als de onze, is de verwachting dat de inkomsten uit vrijwillige bijdragen terug zullen lopen. Al is dat tot nu toe niet het geval. Aan de andere kant is de betrokkenheid van alle dorpsgenoten op het kerkgebouw groot. Daar zijn dus in principe mogelijkheden om ook hen te vragen een steentje bij te dragen aan het onderhoud van de gebouwen.
Ad 2: Onder ‘kapitaal op de bank’ verstaan we rentedragende sommen geld in de vorm van bijv. deposito’s. Maximaal 10% van het kapitaal mag worden belegd, waarbij de voorkeur uitgaat naar een beleggingsproduct voor de langere termijn, zoals de Rabo -­‐ certificaten.

12. 2 Begroting

Elk najaar komen de kerkrentmeesters en het beheercollege met een begrotingsvoorstel. Dat wordt in de kerkenraad besproken en worden de prioriteiten opnieuw bepaald, waarna de kerkenraad de begroting vaststelt. Het regionale kerkelijk bureau van de PKN (Staphorst) ontvangt een afschrift van de vastgestelde begroting om ook van zijn kant daarop commentaar te geven.

12. 3 Jaarrekening

Tijdens de jaarlijkse gemeenteavond (voorjaar)biedt het college van kerkrentmeester de jaarrekening en verantwoording daarvan aan de gemeente aan. De kerkenraad stelt deze rekening vast. Controle van de jaarcijfers wordt gedaan door minimaal twee gemeenteleden met een financiële achtergrond (accountancy bijv.). Zij mogen geen deel uit maken van het college van kerkrentmeesters en/of de kerkenraad. Het regionale kerkelijk bureau van de PKN (Staphorst) ontvangt een afschrift van de vastgestelde jaarrekening om ook van zijn kant daarop commentaar te geven.

12. 4 Beleidsvoornemens

Voor de komende periode (5 jaar) gelden de volgende voornemens:
1. Vrijkomende rentedragende gelden worden zo veel als mogelijk voor nieuwe periodes vastgezet in risico-­‐arme producten tegen aanvaardbare rentes. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan doet het college van kerkrentmeesters voorstellen om anderszins de inkomsten op het vereiste peil te houden.
2. In de komende periode zal zo nodig worden onderzocht of alle onroerend goed (m.u.v. verpachte of in erfpacht uitgegeven landerijen)in bezit moeten blijven of dat dit (deels) verhuurd, verkocht of in een andere rechtsvorm moet worden ondergebracht (stichting bijv.).
3. Als monument zal de St. Jan qua meerjarig onderhoud de komende periode in goede staat worden gehouden. Dit kan middels de aflopende BROM subsidieregeling. 
4. Het monumentale orgel in de Sint Jan zal in de komende planperiode gerestaureerd worden. De kosten zullen deels worden betaald uit de zgn. BRIM subsidieregeling 2014-­‐ 2019.
5. Voor het woonhuis en verenigingsgebouw Ons Huis zal een meer jaren onderhoudsplan worden gemaakt.