Beleidsplan - 2.HOE VERDER IN DE KOMENDE JAREN?

2.HOE VERDER IN DE KOMENDE JAREN?

Nu we ons tien jaar na ons eerste beleidsplan moesten gaan bezinnen op het beleid voor de komende vijf jaar, hebben we allereerst geconstateerd dat we de in hoofdstuk 1 geschetste visie nog steeds met elkaar delen. De vraag is hoe we van daaruit de komende vijf jaar verder willen. We hebben de hele gemeente uitgenodigd daarover mee te denken. Inspiratie voor deze aanpak vonden we in een nieuw boek van Jan Hendriks over gemeente – opbouw: ‘Goede Wijn’. Wat ons aansprak was dat Hendriks ervoor kiest om in de gemeente – opbouw uit te gaan van wat je sterke punten zijn. Beginnen bij je kracht, en zien hoe je die vast kunt houden en nog beter gebruiken kunt. Hendriks noemt dit waarderende gemeente – opbouw.

2.1 Werkwijze In het voorjaar van 2014 heeft de kerkenraad een werkgroep ingesteld van 9 leden met als opdracht samen met de gemeente op zoek te gaan naar de sterke punten van onze gemeente en met elkaar te bespreken hoe we die vast kunnen houden en uit kunnen bouwen. In de werkgroep zaten niet alleen de vijftigers die met elkaar de kern van de gemeente vormen, maar ook veertigers en dertigers. En niet alleen mensen uit de kern, maar ook mensen uit de rand. Leden van de werkgroep waren: Eudia Bennanon, Arjan ten Hoeve, Regina Jorna, Nanne Kleefstra, Jolanda van der Meer, Pieter Otter, Marieke Prins, Rika Hessels en Pieter Visser. Om te beginnen is de werkgroep een aantal keren bij elkaar geweest om zich de manier van werken van de waarderende gemeente – opbouw in te oefenen en eigen te maken. Na de vakanties, in de herfst van 2014, zijn alle gemeente – leden uitgenodigd voor een huiskamergesprek. Drie vragen stonden op die huiskamergesprekken centraal :
• Wat was in de afgelopen jaren voor u een positief moment in het gemeenteleven waar u met een goed gevoel aan terug denkt?
• Wat was de kern van die ervaring? Wat was het dat u raakte?
• Wat waren de factoren die deze ervaring mogelijk maakten?
Zo’n kleine zestig gemeenteleden hebben aan een huiskamergesprek meegedaan. Elk huiskamergesprek werd geleid door twee leden van de werkgroep. De uitkomsten van de huiskamergesprekken zijn op een gemeente-­‐avond in november gepresenteerd en door de aanwezigen verder uitgewerkt. We vonden tien sterke punten die als uitgangspunt zouden kunnen dienen voor het beleid in de komende jaren.
Het zijn:
1) Liturgie en muziek
2) Uitleg van het woord
3) Pastoraat
4) De spirituele kracht van de gebouwen
5) Vieringen op scharnierpunten in het leven
6) Groepen als plekken voor ontmoeting en bezinning
7) Viering van de christelijke feesten 8) Betrokkenheid op de samenleving
9) De jeugdclub en de diensten voor jong en oud
10) Een open sfeer met ruimte voor diversiteit

Hoofdstuk 3 gaat over liturgie, muziek en uitleg van het woord, en vieringen van de christelijke feesten en op de scharnierpunten van het leven.
Hoofdstuk 4 gaat over pastoraat.
Hoofdstuk 5 over de spirituele kracht van de gebouwen.
Hoofdstuk 6 over de vieringen op scharnierpunten van het leven
Hoofdstuk 7 over groepswerk.
Hoofdstuk 8 over betrokkenheid op de samenleving
Hoofdstuk 9 over jeugdwerk.
Hoofdstuk 10 over openheid en pluriformiteit.
Ter afsluiting zijn hoofdstukken over organisatie (11), financiële middelen (12) en communicatie (13).