Beleidsplan - 3. EREDIENST

 3. EREDIENST

3. 1 Brandpunt

De eredienst is een brandpunt waarin de drie kernfuncties van de gemeente als herberg samenkomen: zij brengt mensen bij elkaar, wil het geheim van Gods aanwezigheid in ons midden bemiddelen, en zo mensen bemoedigen voor hun taak in de wereld. Eerstverantwoordelijke voor de eredienst is de kerkenraad, daarin bijgestaan door de liturgiewerkgroep, die onder andere zorgt voor de contacten met cantor en organisten en met de werkgroep liturgisch bloemschikken.

3. 2 Bron van inspiratie

In de opsomming van positieve ervaringen staat de eredienst met stip bovenaan. Ook al zijn er gemeenteleden die voornamelijk aan andere activiteiten meedoen en zelden of nooit een kerkdienst bezoeken, de kerkdienst is nog altijd het moment dat de meeste mensen trekt. Een kleine selectie uit de gemaakte opmerkingen:
• Er wordt goed gezongen; cantorij, organisten en liturgiewerkgroep leveren daaraan een belangrijke bijdrage.
• Fijn dat geregeld ‘Advendo’ en het jeugdkorps medewerking verlenen aan een dienst.
• De diensten zijn altijd een geheel : liederen, gebeden, stiltes, lezingen en uitleg versterken elkaar.
• De preken zijn niet te lang (1000 woorden) en leggen op een open en inspirerende wijze de kracht van het evangelie bloot.
• Er is een goed evenwicht tussen traditie en vernieuwing; binnen de structuur van de klassieke liturgie is er ruimte voor nieuwe woorden en vormen : actief meedoen aan de voorbede, bibliodrama, elkaar een hand geven bij de zegen; alle zintuigen mogen meedoen.
• Er is variatie in het aanbod: naast de gewone diensten één keer in de maand diensten voor jong en oud, de diensten met de school, de vespers, het paasontbijt op paasmorgen, de diensten op biddag en dankdag. Daardoor is het aantal mensen dat via de kerkdienst bereikt wordt en dat meedoet groter.
• In diensten op scharnierpunten van het leven en op kerkelijke hoogtijdagen wordt een taal gesproken die voor zowel mensen binnen als buiten de kerk verstaanbaar is, en zo mensen met elkaar verbindt. Bij doop, huwelijk en uitvaart is er alle ruimte voor een eigen inbreng van betrokkenen, en is hun eigen ervaring het uitgangspunt voor het luisteren naar de woorden van de Schrift.
• In de diensten hebben zowel het Fries als het Nederlands een volwaardige plek.
• Al met al zijn we ons bewust met de verhalen van de bijbel, de liturgie en de muziek drager te mogen zijn van een rijke traditie die je helpt en inspireert je plek te vinden in het leven. Graag willen we die traditie met meer mensen delen.

3. 5 Beleidsvoornemens

Om deze positieve ervaringen vast te houden zijn de volgende beleidskeuzes nodig:
1. Blijven investeren in goede muziek en dus handhaven van de functie van een geschoolde cantor -­‐ organist.

2. Nu onze huidige predikant met emeritaat gaat, uitzien naar een creatief theoloog met gevoel voor liturgie die een grondige uitleg van de bijbel op een spirituele wijze weet te verbinden met de wereld van vandaag, en die naast het Nederlands ook het Fries actief beheerst of bereid is dat op korte termijn te leren.
3. Handhaven van de verscheidenheid in aanbod: vespers, diensten voor jong en oud, kerk/ school/ gezinsdiensten.
4. Bijzondere aandacht vragen de kerk/school/gezinsdiensten. Nu de school in Deinum een samenwerkingsschool is geworden, moet er gezocht worden naar een nieuwe vorm. Een aantal ouders is daar actief mee bezig. Zij verdienen actieve ondersteuning.
5. Handhaven van de samenwerking met Advendo en het jeugdkorps.
6. Ook het bibliodrama en dus de samenwerking met Gooitsen Eenling moet worden voortgezet.
7. Zorgen dat de liturgiewerkgroep op sterkte blijft. Zij waarborgt de continuïteit in de vormgeving van de diensten en houdt de liturgie en de liedkeus dicht bij de beleving van de gemeente.

Bij de vraag hoe deze positieve ervaringen te verbreden kwamen vooral komende generaties in beeld. Allereerst is het natuurlijk van belang de verbindingen met jongeren die er zijn in stand te houden: de diensten voor jong en oud en de contacten met de school en het jeugdkorps. Wat nieuw te ontwikkelen activiteiten betreft komen er nog de volgende twee beleidsvoornemens bij:

8. Het aantrekken van iemand die nog in opleiding is voor het opzetten van een kindercantorij.
9. Het organiseren van een musical; met name in de tijd dat de predikantsplaats vacant is zou dat een samenbindend middel kunnen zijn.