Beleidsplan

HERBERG 2.0, BELEIDSPLAN VAN DE PROTESTANTSE GEMEENTE ‘TERPOARTE’ VOOR DE JAREN 2016 TOT EN MET 2020

Over de wereld van vandaag en hoe daarin gemeente te zijn.


1.1 Kerntaken

De oorsprong van de christelijke gemeente ligt in het evangelie.
Vanuit die oorsprong heeft elke gemeente een drietal kerntaken:

• zij vormt een gemeenschap,
• zij zoekt steeds weer de band met God,
• zij weet zich geroepen tot dienst aan de samenleving

Elke tijd en elke situatie vraagt erom dat we opnieuw doordenken hoe die kerntaken gestalte te geven.

1. 2 Situatie

Wij leven in een geïndividualiseerde samenleving. Dat betekent dat we denken en handelen vanuit het eigen leven als centrum. Ieder neemt en krijgt de ruimte zijn leven naar eigen inzicht in te richten. Grotere verbanden als de familie of de kerk komen op het tweede plan. Met name het weekend beleven mensen steeds meer als een ruimte die ze voor zichzelf claimen, vrij van alle maatschappelijke verplichtingen. Je ziet dat terug in de zondagse kerkgang. Die loopt terug. Niet alleen omdat het aantal kerkgangers afneemt, maar vooral ook omdat velen minder vaak komen dan vroeger. Toch kunnen ook wij niet zonder gemeenschap. We zoeken en vinden die ook, maar het zijn vaak incidentele momenten van gemeenschap. Dikwijls naar aanleiding van bijzondere gebeurtenissen in het persoonlijk leven: rond geboorte, huwelijk dood. Bij schokkende maatschappelijke gebeurtenissen. Op en rond de christelijke feestdagen die nog altijd het ritme van ons leven mee bepalen.

1. 3 De kerk als herberg

Om wat voor soort kerk vraagt dat? Als antwoord op hebben we in de beleidsplannen van 2005 en 2010 gekozen voor het model van de gemeente als herberg. Dit concept van de herberg is aan het begin van deze eeuw geïntroduceerd door Jan Hendriks destijds als praktisch theoloog verbonden aan de theologische faculteit van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Het woord herberg geeft al direct weer dat het om een open vorm van kerk – zijn gaat. Met mensen die er werken, in vol – of deeltijd: de dominee en de vrijwilligers. Met stamgasten: mensen die er graag en vaak komen en eigenlijk nooit missen willen. Met incidentele gasten. En met mensen die zo maar eens een keer aanleggen. Dat is dus veel gevarieerder beeld dan vroeger, toen je of kerkelijk meelevend was en aan alles meedeed, of buitenkerkelijk. De gastheer in deze herberg is Christus. Die volgens het evangelie niet alleen oog heeft voor zijn leerlingen, maar ook voor een brede kring van mensen daarom heen.

1. 4 Verhalen

Het bindende element in deze herberg zijn verhalen. Allereerst Gods verhaal met ons mensen. De bijbel poneert geen dogma’s, maar vertelt verhalen. Verhalen waarmee je je kunt identificeren, waaraan je kunt groeien, die je op een ander spoor zetten, je aan een nieuw en bevrijdend perspectief helpen. Ze brengen je dichter bij de kern en geven je te denken: Ben ik zo? Zou ik ook zo kunnen zijn? Binnen de context van Gods verhaal met ons, is er ook ruimte om onze eigen verhalen ter sprake te brengen en met elkaar te delen. In de zondagse eredienst, in het pastoraat, op een gespreksgroep. In speciale diensten op de hoogte-­‐ en dieptepunten van ons bestaan.

1. 5 Symbool van de herberg :De tafel

Het symbool van deze vorm van gemeente-­‐zijn is de tafel, een afgeleide van de Avondmaalstafel. Rond deze tafel klinkt het verhaal van God met de mensen, en is er plaats voor ons eigen verhaal. 2 Zo ontstaat een gemeenschap waar verhalen gehoord en verteld worden, en waar naast onderling beraad ook plaats is voor gezelligheid. Via de tafel zijn we verbonden met God en worden we op een nieuwe manier verbonden met elkaar en met de wereld om ons heen.

1.6 Klimaat: Respect en aanvaarding

Het klimaat is een klimaat van respect en aanvaarding. We beslissen niet over elkaar, maar met elkaar. Dat betekent dat besluiten bij consensus (overeenstemming) genomen worden. Niet van boven naar beneden. Niet elkaar dwingend, maar elkaar respecterend. Dat betekent dat we bij meningsverschillen elkaar de vraag willen stellen: kunnen wij elkaar de ruimte geven dingen te doen, ook al zijn die onze keus niet, maar omdat we willen erkennen dat ze voor de ander belangrijk zijn? En zijn wij bereid daarin vervolgens open en kritisch met elkaar mee te blijven leven?

1. 7 Leiding

Van de leiding vraagt dit een houding van pastorale dienst: met mensen dingen doen in plaats van alleen maar voor hen, en daarvoor ruimte scheppen. De pastor heeft de rol van leermeester die alleen leermeester kan zijn door zelf ook leerling te willen zijn. Van de traditie en van de mensen met wie hij/zij deze communiceert. Hij/zij probeert luisterend ruimte te scheppen voor concentratie op de kern: gemeenschap, band met God, dienst aan de samenleving.

1. 9 Criteria om activiteiten aan te meten

Het model van de herberg doet ons drie criteria aan de hand die je kunt gebruiken om alle activiteiten die we organiseren aan te meten en te controleren of we betrokken blijven op de kern van de zaak en trouw zijn aan ons eigen model. Te weten: Gemeenschap: In hoeverre bood deze activiteit gelegenheid tot het beleven van gemeenschap? Geheim van het geloof: bemiddelde deze activiteit voor de deelnemers iets van het geheim van Gods Aanwezigheid in ons midden? Participatie aan de wereld: In hoeverre stimuleerde deze activiteit de dubbele beweging van uitgaan in en naar een samenleving enerzijds en ons als gemeente openstellen voor anderen anderzijds?


2.HOE VERDER IN DE KOMENDE JAREN?

Nu we ons tien jaar na ons eerste beleidsplan moesten gaan bezinnen op het beleid voor de komende vijf jaar, hebben we allereerst geconstateerd dat we de in hoofdstuk 1 geschetste visie nog steeds met elkaar delen. De vraag is hoe we van daaruit de komende vijf jaar verder willen. We hebben de hele gemeente uitgenodigd daarover mee te denken. Inspiratie voor deze aanpak vonden we in een nieuw boek van Jan Hendriks over gemeente – opbouw: ‘Goede Wijn’. Wat ons aansprak was dat Hendriks ervoor kiest om in de gemeente – opbouw uit te gaan van wat je sterke punten zijn. Beginnen bij je kracht, en zien hoe je die vast kunt houden en nog beter gebruiken kunt. Hendriks noemt dit waarderende gemeente – opbouw.

2.1 Werkwijze In het voorjaar van 2014 heeft de kerkenraad een werkgroep ingesteld van 9 leden met als opdracht samen met de gemeente op zoek te gaan naar de sterke punten van onze gemeente en met elkaar te bespreken hoe we die vast kunnen houden en uit kunnen bouwen. In de werkgroep zaten niet alleen de vijftigers die met elkaar de kern van de gemeente vormen, maar ook veertigers en dertigers. En niet alleen mensen uit de kern, maar ook mensen uit de rand. Leden van de werkgroep waren: Eudia Bennanon, Arjan ten Hoeve, Regina Jorna, Nanne Kleefstra, Jolanda van der Meer, Pieter Otter, Marieke Prins, Rika Hessels en Pieter Visser. Om te beginnen is de werkgroep een aantal keren bij elkaar geweest om zich de manier van werken van de waarderende gemeente – opbouw in te oefenen en eigen te maken. Na de vakanties, in de herfst van 2014, zijn alle gemeente – leden uitgenodigd voor een huiskamergesprek. Drie vragen stonden op die huiskamergesprekken centraal :
• Wat was in de afgelopen jaren voor u een positief moment in het gemeenteleven waar u met een goed gevoel aan terug denkt?
• Wat was de kern van die ervaring? Wat was het dat u raakte?
• Wat waren de factoren die deze ervaring mogelijk maakten?
Zo’n kleine zestig gemeenteleden hebben aan een huiskamergesprek meegedaan. Elk huiskamergesprek werd geleid door twee leden van de werkgroep. De uitkomsten van de huiskamergesprekken zijn op een gemeente-­‐avond in november gepresenteerd en door de aanwezigen verder uitgewerkt. We vonden tien sterke punten die als uitgangspunt zouden kunnen dienen voor het beleid in de komende jaren.
Het zijn:
1) Liturgie en muziek
2) Uitleg van het woord
3) Pastoraat
4) De spirituele kracht van de gebouwen
5) Vieringen op scharnierpunten in het leven
6) Groepen als plekken voor ontmoeting en bezinning
7) Viering van de christelijke feesten 8) Betrokkenheid op de samenleving
9) De jeugdclub en de diensten voor jong en oud
10) Een open sfeer met ruimte voor diversiteit

Hoofdstuk 3 gaat over liturgie, muziek en uitleg van het woord, en vieringen van de christelijke feesten en op de scharnierpunten van het leven.
Hoofdstuk 4 gaat over pastoraat.
Hoofdstuk 5 over de spirituele kracht van de gebouwen.
Hoofdstuk 6 over de vieringen op scharnierpunten van het leven
Hoofdstuk 7 over groepswerk.
Hoofdstuk 8 over betrokkenheid op de samenleving
Hoofdstuk 9 over jeugdwerk.
Hoofdstuk 10 over openheid en pluriformiteit.
Ter afsluiting zijn hoofdstukken over organisatie (11), financiële middelen (12) en communicatie (13).


 3. EREDIENST

3. 1 Brandpunt

De eredienst is een brandpunt waarin de drie kernfuncties van de gemeente als herberg samenkomen: zij brengt mensen bij elkaar, wil het geheim van Gods aanwezigheid in ons midden bemiddelen, en zo mensen bemoedigen voor hun taak in de wereld. Eerstverantwoordelijke voor de eredienst is de kerkenraad, daarin bijgestaan door de liturgiewerkgroep, die onder andere zorgt voor de contacten met cantor en organisten en met de werkgroep liturgisch bloemschikken.

3. 2 Bron van inspiratie

In de opsomming van positieve ervaringen staat de eredienst met stip bovenaan. Ook al zijn er gemeenteleden die voornamelijk aan andere activiteiten meedoen en zelden of nooit een kerkdienst bezoeken, de kerkdienst is nog altijd het moment dat de meeste mensen trekt. Een kleine selectie uit de gemaakte opmerkingen:
• Er wordt goed gezongen; cantorij, organisten en liturgiewerkgroep leveren daaraan een belangrijke bijdrage.
• Fijn dat geregeld ‘Advendo’ en het jeugdkorps medewerking verlenen aan een dienst.
• De diensten zijn altijd een geheel : liederen, gebeden, stiltes, lezingen en uitleg versterken elkaar.
• De preken zijn niet te lang (1000 woorden) en leggen op een open en inspirerende wijze de kracht van het evangelie bloot.
• Er is een goed evenwicht tussen traditie en vernieuwing; binnen de structuur van de klassieke liturgie is er ruimte voor nieuwe woorden en vormen : actief meedoen aan de voorbede, bibliodrama, elkaar een hand geven bij de zegen; alle zintuigen mogen meedoen.
• Er is variatie in het aanbod: naast de gewone diensten één keer in de maand diensten voor jong en oud, de diensten met de school, de vespers, het paasontbijt op paasmorgen, de diensten op biddag en dankdag. Daardoor is het aantal mensen dat via de kerkdienst bereikt wordt en dat meedoet groter.
• In diensten op scharnierpunten van het leven en op kerkelijke hoogtijdagen wordt een taal gesproken die voor zowel mensen binnen als buiten de kerk verstaanbaar is, en zo mensen met elkaar verbindt. Bij doop, huwelijk en uitvaart is er alle ruimte voor een eigen inbreng van betrokkenen, en is hun eigen ervaring het uitgangspunt voor het luisteren naar de woorden van de Schrift.
• In de diensten hebben zowel het Fries als het Nederlands een volwaardige plek.
• Al met al zijn we ons bewust met de verhalen van de bijbel, de liturgie en de muziek drager te mogen zijn van een rijke traditie die je helpt en inspireert je plek te vinden in het leven. Graag willen we die traditie met meer mensen delen.

3. 5 Beleidsvoornemens

Om deze positieve ervaringen vast te houden zijn de volgende beleidskeuzes nodig:
1. Blijven investeren in goede muziek en dus handhaven van de functie van een geschoolde cantor -­‐ organist.

2. Nu onze huidige predikant met emeritaat gaat, uitzien naar een creatief theoloog met gevoel voor liturgie die een grondige uitleg van de bijbel op een spirituele wijze weet te verbinden met de wereld van vandaag, en die naast het Nederlands ook het Fries actief beheerst of bereid is dat op korte termijn te leren.
3. Handhaven van de verscheidenheid in aanbod: vespers, diensten voor jong en oud, kerk/ school/ gezinsdiensten.
4. Bijzondere aandacht vragen de kerk/school/gezinsdiensten. Nu de school in Deinum een samenwerkingsschool is geworden, moet er gezocht worden naar een nieuwe vorm. Een aantal ouders is daar actief mee bezig. Zij verdienen actieve ondersteuning.
5. Handhaven van de samenwerking met Advendo en het jeugdkorps.
6. Ook het bibliodrama en dus de samenwerking met Gooitsen Eenling moet worden voortgezet.
7. Zorgen dat de liturgiewerkgroep op sterkte blijft. Zij waarborgt de continuïteit in de vormgeving van de diensten en houdt de liturgie en de liedkeus dicht bij de beleving van de gemeente.

Bij de vraag hoe deze positieve ervaringen te verbreden kwamen vooral komende generaties in beeld. Allereerst is het natuurlijk van belang de verbindingen met jongeren die er zijn in stand te houden: de diensten voor jong en oud en de contacten met de school en het jeugdkorps. Wat nieuw te ontwikkelen activiteiten betreft komen er nog de volgende twee beleidsvoornemens bij:

8. Het aantrekken van iemand die nog in opleiding is voor het opzetten van een kindercantorij.
9. Het organiseren van een musical; met name in de tijd dat de predikantsplaats vacant is zou dat een samenbindend middel kunnen zijn.


4. PASTORAAT

4. 1 Definitie

Onder pastoraat verstaan we, dat gemeenteleden naar elkaar omzien en elkaar bijstaan. Voor een deel gebeurt dat spontaan, anderzijds vraagt dit om een doelgerichte organisatie die er voor zorgt dat mensen elkaar niet uit het oog verliezen en die mogelijkheden schept om elkaar te ontmoeten. Ouderlingen en predikant hebben hierin een bijzondere verantwoordelijkheid. De ouderlingen om in het omzien naar elkaar voorop te gaan en dat te stimuleren en te organiseren, de predikant om als beroepskracht zijn vaardigheid om te kunnen luisteren in te zetten om gemeenteleden te ondersteunen en te bemoedigen op hun levensweg.

4. 2 Organisatie

Het pastoraat is in handen van de pastorale ouderlingen en de predikant. Zij worden hierin bijgestaan door twee wijkteams: een in Deinum/Blessum en een in Boksum. De leden van de wijkteams zijn de ogen en oren van de gemeente. Zij kennen hun wijk, hebben geregeld contact met de mensen in hun wijk en geven ouderlingen en predikant door als er gevallen zijn die hun pastorale zorg en aandacht nodig hebben. De predikant heeft vooral een taak als het gaat om het pastoraat rond doop, huwelijk, uitvaart en rouwverwerking, bij andere scharnierpunten op de levensweg, en bij het bezoeken van zieken en mensen die vanwege hun ouderdom aan huis gebonden zijn en om die reden niet meer actief mee kunnen doen aan het gemeenteleven. Verder kunnen gemeenteleden altijd een gesprek aanvragen bij de predikant, hem bellen tijdens het telefonisch spreekuur of met hem mailen. In het algemeen is men tevreden over hoe het pastoraat nu georganiseerd is. Wat er niet is, is een gesloten pastorale facebookgroep, terwijl die voor jongeren en jonge gezinnen misschien een belangrijke functie zou kunnen vervullen. Om het pastoraat in deze vorm voortgang te doen vinden hebben we een predikant nodig, twee of drie pastorale ouderlingen en twee wijkteams van elk ongeveer vijf personen. Daarnaast blijft het nodig dat gemeenteleden oog en aandacht voor elkaar houden.

4. 3 Beleidsvoornemens

Twee nieuwe vormen van pastoraat zijn de moeite van het beproeven waard:

1. Het opzetten van een gesloten pastorale facebookgroep, waar mensen dingen met elkaar kunnen delen, elkaar vragen stellen, elkaar op activiteiten wijzen en met elkaar meeleven.

2. Het vormen van een of meer eetgroepen. We zouden een aantal gemeenteleden kunnen vragen daartoe het initiatief te nemen.


 5. DE SPIRITUELE KRACHT VAN DRIE MONUMENTALE KERKGEBOUWEN

5. 1 Rijk bezit

Als kleine geloofsgemeenschap hebben we de luxe te beschikken over drie monumentale van oorsprong middeleeuwse kerkgebouwen. De Sint Jan in Deinum is ons eigendom, de Sint Margriet in Boksum en de Mariakerk in Blessum zijn eigendom van de Stichting Alde Fryske Tsjerken, maar worden regelmatig door ons gebruikt. Alle drie de kerken hebben een prachtig orgel. Het zijn mooie plekken om te zijn. Eeuwenlang zijn mensen hier samen gekomen om te bidden en te zingen, om stil te zijn en te luisteren, en richting te vinden voor hun leven. Op een of andere manier is dat voelbaar. En dat is een kostbaar bezit. Al doen we alle jaren mee aan Tsjerkepaad en Open Monumentendag, en al organiseren we alle jaren met een viertal andere kerken in de buurt een kunstproject, eigenlijk is het jammer dat onze kerken niet vaker open zijn en dat mensen er terecht kunnen om zich even terug te trekken en de stilte te zoeken.

5 . 2 Verantwoordelijkheden

Het beheer en het onderhoud van de Sint Jan is in handen van het college van kerkrentmeesters, dat in Blessum en Boksum ook de afspraken maakt met de plaatselijke commissies in die dorpen van de Stichting Alde Fryske Tsjerken. Dit college benoemt ook de kosters. Het is ook verantwoordelijk voor de exploitatie, maar de exploitatie van de gebouwen als spiritueel bezit berust bij de kerkenraad als geheel.

5. 3 Beleidsvoornemens Als we de onder 5.1 genoemde overwegingen vertalen naar beleid voor de komende tijd, komen we tot de volgende punten:

1. Zowel de Sint Jan, de Sint Margriet als de Mariakerk blijven gebruiken voor onze diensten.

2. De Sint Jan is qua onderhoud goed bij de tijd. Dat moeten we zo houden en daar moeten we dus de middelen voor blijven vrijmaken. Eén van de eerste prioriteiten in de komende tijd is daarbij de restauratie van het orgel in de Sint Jan.

3. De Sint Jan, en misschien ook de Sint Margriet en de Mariakerk – maar die laatste twee zijn niet van ons – zouden vaker open moeten zijn. Minimaal een keer per week zou de kerk een paar uur open moeten zijn, zodat mensen er kunnen bidden, mediteren, gewoon stil kunnen zijn en eventueel een kaarsje aan kunnen steken.

4. Blijven meedoen aan Tsjerkepaad en Open Monumentendag.

5. Samen met de Stichting Nieuwe Kunst in Oude Kerken, die de kunst in onze kerken beheert, een keer per jaar een activiteit organiseren voor een breed publiek.

6. Elk jaar in elk van de dorpen een paar schoolklassen uitnodigen om de leerlingen kennis te laten maken met het gebouw, met wat daar gebeurt en met de geschiedenis van het gebouw.


 6. VIERINGEN OP SCHARNIERPUNTEN IN HET LEVEN

6. 1 Verbindende schakel

Ondanks de secularisatie zijn Kerst en Pasen in onze samenleving nog steeds ankerpunten in de tijd. Ook de dodenherdenking op 4 mei is zo’n gemeenschappelijk ankerpunt. Zowel met Kerst en Pasen als op 4 mei weten mensen van buiten de kerk, of op de rand van onze gemeente, de weg naar onze kerken te vinden. Ook in huwelijksdiensten, bij doopdiensten en uitvaarten, bij de kerstviering voor ouderen en in de dienst op de laatste zondag van het kerkelijk jaar is dat het geval. Belangrijk is dat er dan een taal gesproken wordt die ook voor mensen buiten de kerk te verstaan is en waarin ze zich herkennen, zonder dat daarmee de eigen traditie tekort gedaan wordt. Dat vraagt van de voorganger creativiteit, inlevingsvermogen en de vaardigheid te kunnen theologiseren vanuit een concrete context. De diensten op de scharnierpunten van het bestaan worden zowel binnen als buiten onze gemeente hoog gewaardeerd, zo blijkt. Ze verbinden ons met onze directe omgeving.

6. 2 Beleidsvoornemens

1. Om dit vast te houden hebben we een creatief theoloog nodig die bereid is deze vieringen samen met betrokkenen voor te bereiden en die daarbij zowel mensen van binnen als van buiten de kerk een volwaardige inbreng wil geven. Juist op de hoogtepunten van het jaar en op de hoogte-­‐ en dieptepunten van het bestaan is de kerk van het hele dorp. In de toekomst zouden we daar nog meer mee moeten doen. Concreet denken we dan aan:

2. Het organiseren van een avond voor alle zielen in begin november waar we alle overledenen van het hele dorp herdenken.

3. Een keer per jaar een geboorteviering waar we alle geboortes in het dorp van dat jaar vieren. In beide gevallen geldt weer dat de families die het betreft worden betrokken bij de voorbereiding en een actieve rol krijgen in de viering zelf.


7. GROEPEN ALS PLEKKEN VOOR ONTMOETING EN BEZINNING

7 . 1 Betekenis

Groepswerk is binnen onze gemeente belangrijk. Het verbindt mensen met elkaar en creëert ruimte voor bezinning en verdieping. Elk jaar is er een groothuisbezoek ronde met zo’n 60 deelnemers. Daarnaast zijn er een aantal gespreksgroepen: een seniorengroep, een Geloven Nu groep en een gespreksgroep voor ouders met opgroeiende kinderen. Ook zijn er elk jaar een aantal thema – avonden, bijvoorbeeld rond een actueel onderwerp, een boek of een film. Voor een kleine gemeente als de onze is dat een breed aanbod. Toch hebben we over gebrek aan belangstelling niet te klagen. Integendeel ook dit groepswerk wordt erg belangrijk gevonden en als een van de sterke punten van het gemeentewerk ervaren.

7. 2 Beleidsvoornemens

Tot nu toe is de organisatie daarvan voornamelijk in handen van de predikant, maar de komende vacature is een goede aanleiding voor de organisatie hiervan een werkgroep in te stellen. Ook de communicatie over de activiteiten naar buiten toe zou beter moeten. Concreet leidt dit tot de volgende beleidsvoornemens:
1. Vorming van een commissie vorming en toerusting die breed is samengesteld
2. Verbetering van de communicatie over de activiteiten die we organiseren. 


 8. BETROKKENHEID OP DE SAMENLEVING/ DIACONAAT

8 . 1 Wezenlijk voor de gemeente

Het evangelie verbindt ons met elkaar en met de wereld om ons heen. Die betrokkenheid wordt in elke eredienst bevestigd. Dat wordt als positief beleefd. Het vraagt ook dat we die betrokkenheid samen vorm proberen te geven.

8. 2 De leidende rol van de diakenen

Als het om de betrokkenheid op de samenleving gaat hebben de diakenen daarbij een leidende rol. Zij beheren niet alleen de diaconale middelen en fondsen van onze gemeente en steunen namens ons projecten dichtbij en veraf, zij stimuleren ons ook tot daadwerkelijke betrokkenheid.

8. 3 Bestaande activiteiten Op dit moment worden de volgende activiteiten georganiseerd:

1. Een keer per maand worden na de dienst voorbeeldbrieven van Amnesty International aangeboden.
2. Een keer per maand worden er via De Spar winkel in Deinum en via onze kerken goederen ingezameld voor de voedselbank in Leeuwarden.
3. Huishoudingen die op het sociaal minimum zitten wordt rond de kerstdagen een pakket met levensmiddelen aangeboden.
4. De werkgroep Diensthuis ondersteunt een aantal kindertehuizen, bejaardentehuizen. een psychiatrisch tehuis, blijf-­‐van-­‐mijn-­‐lijfhuizen, een ziekenhuis, pleeggezinnen, een daklozenproject in Hongarije met het inzamelen van gebruikte kleding, schoeisel, speelgoed en linnengoed voor 1-­‐persoonsbedden.
5. Indien nodig, ontvangen mensen persoonlijke ondersteuning.
6. Elke week gaat er vanuit de kerkdienst een bloemengroet naar een zieke of oudere; ook naar mensen die geen lid zijn van onze gemeente.
7. Samen met andere kerkelijke gemeentes uit onze regio zijn we betrokken bij een project van Kerk in Actie in Colombia.

8. 4 Organisatie

Eerst verantwoordelijke voor onze betrokkenheid op de samenleving is het college van diakenen. Dat heeft hierin een initiërende, stimulerende en coördinerende rol. Het wordt daarin bijgestaan door een aantal werkgroepen: De werkgroep Mensenrechten, De werkgroep Zending, Werelddiaconaat en Ontwikkelingssamenwerking, de Werkgroep Diensthuis, en een werkgroep die zorgt voor de bloemen in de eredienst.

8. 5 Beleidsvoornemens

Onze beleidsvoornemens voor dit deel van het gemeentewerk zijn:
1. De maandelijkse inzameling van goederen voor de voedselbank is een goed voorbeeld van een actie die in de kerk begon, maar inmiddels door het dorp als geheel gedragen wordt. Dat is de richting die we de komende jaren uit willen.
2. In samenwerking met de jeugdclub jongeren meer betrekken bij het diaconale werk.


 9. JEUGDWERK

9 . 1 Activiteiten op het gebied van het jeugdwerk In onze gemeente zijn op dit ogenblik de volgende vormen van jeugdwerk:
1. Zeven keer per jaar is er een dienst voor jong en oud: een keer op kerstavond en zes keer op een zondagmorgen. De diensten op zondagmorgen beginnen om elf uur. Gemiddeld zijn er dan zo’n twaalf jongeren tussen de 4 en de 16 in de dienst. Als het jeugdkorps meedoet, zijn dat er meer. De diensten worden voorbereid met een of meer ouders. Qua vormgeving zijn deze diensten anders dan een regulieren zondagmorgendienst: er is meer ruimte voor interactie, voor een deel is er andere muziek, er is geregeld bibliodrma, soms een filmfragment en de preek is kort: zeshonderd woorden. Anderzijds kiezen we bewust voor het handhaven van de structuur van de liturgie: kyrie, gloria, gebeden, lezing, overdenking. Die structuur heeft door de eeuwen zijn kracht bewezen en we vinden het belangrijk dat jongeren daar vertrouwd mee raken. Om dezelfde reden zingen we ook altijd een aantal traditionele liederen.
2. Er is een jeugdclub voor 12 – 16 jarigen met zo’n 18 deelnemers, zowel van binnen als van buiten de gemeente. De jeugdclub komt een keer in de twee weken bij elkaar. Men gebruikt door JOP ontwikkeld materiaal dat levensthema’s aan de orde stelt die jongeren bezig houden.
3. Samen met de Protestantse Gemeente Lekkum is er een gespreksgroep voor 18 – 25 jarigen met 7 deelnemers, waarvan 2 uit onze gemeente. De groep komt een keer per maand bij elkaar op zondagmiddag van 12.30 – 14.00 uur. Er wordt een film, een boek, of een Bijbelgedeelte besproken.
4. Tot 2014 was er in Deinum 2 keer per jaar een kerk – school – gezinsdienst. Nu de christelijke school is opgegaan in een samenwerkingsschool is onduidelijk, of en hoe deze vorm van samenwerking zal worden voortgezet. Een groep ouders zet zich daarvoor in.

Door de vergrijzing in onze dorpen, de krimp, en de ontkerkelijking is de groep jongeren die enige vorm van kerkelijke betrokkenheid heeft fors gekrompen. Het vraagt creativiteit om ook deze groep te blijven aanspreken.

9. 2 Organisatie De kerkenraad is eindverantwoordelijk voor het jeugdwerk. De jeugdclub wordt geleid door een tweetal ouders. De diensten voor jong en oud worden voorbereid door de predikant en per keer één of meer ouders. De predikant neemt hiertoe het initiatief. Ook de organisatie van de gespreksgroep is in handen van de predikant.

9. 3 Beleidsvoornemens:
1. Zuinig zijn op de jeugdclub en de diensten voor jong en oud.
2. Samen met de betrokken ouders zoeken naar een vernieuwde samenwerking met de scholen.
3. Samenwerking met het jeugdkorps vasthouden.
4. Met de ouders onderzoeken of er animo is voor het opzetten van een kindercantorij.


 

10. OPEN PLURIFORM

10.1 Pluriform maar niet kleurloos

Wij zijn een open en pluriforme geloofsgemeenschap. Dat is niet hetzelfde als vaag en kleurloos. Al onze activiteiten hebben een duidelijk profiel: in vieringen, pastoraat, gespreksgroepen en onze betrokkenheid op de samenleving proberen we af te stemmen op Gods liefde als de dragende grond van ons bestaan. Dat impliceert dat we elkaar open en met respect tegemoet treden. Deze sfeer doortrekt al onze activiteiten en is een van de wezenskenmerken van onze gemeente. 1

0.2 Beleidsvoornemens

Elke groep heeft de neiging introvert te worden. Dat geldt ook voor ons. Openheid is nooit een bezit, het vraagt voortdurende aandacht om die te bewaren. Die aandacht blijft een van onze belangrijkste beleidsvoornemens.


11. ORGANISATIE

11. 1 Voorwaarden

Een kerkelijke gemeente drijft voor een groot deel op vrijwilligers, zeker als die van protestantse signatuur is. Wat mensen voor de kerk doen, doen ze in hun vrije tijd. Dat betekent dat ze er ook plezier aan moeten beleven. Een gemeente moet daarom zuinig zijn op haar vrijwilligers. Hen waarderen en zorgen dat ze zelf ook wat terug krijgen voor hun inzet: plezier, ervaring en verdieping. In ieder geval mag je hen niet overvragen. Dat vraagt om duidelijke goed afgebakende taken, spreiding van verantwoordelijkheden, goede begeleiding, en een heldere organisatie

11. 2 Kerkenraad met werkgroepen

Opvallend is dat het meestal heel gemakkelijk is mensen te vinden voor een kortlopend project – zo waren de negen leden van de werkgroep voor dit nieuwe beleidsplan zo maar gevonden – terwijl het veel moeilijker is mensen te vinden die voor vier jaar zitting willen nemen in de kerkenraad. Dat maakt dat we kiezen voor een kleine kerkenraad die een deel van het werk delegeert aan werkgroepen. De werkgroepen bereiden beleid voor en voeren het uit. De kerkenraad stelt het beleid vast en zorgt voor goede coördinatie en afstemming tussen kerkenraad en werkgroepen en werkgroepen onderling.

11. 3 De kerkenraad

De bevoegdheden van de kerkenraad zijn: Vaststellen van het beleidsplan, de begrotingen en de jaarrekeningen van diaconie en kerkvoogdij en de jaarplannen, het organiseren van de verkiezing van ambtsdragers, de zorg voor de bediening van woord en sacrament, en de verkiezing van ambtsdragers. De kerkenraad vergadert zes keer per jaar.

11. 4 Omvang van de kerkenraad

In principe zou je toe moeten kunnen met een kerkenraad van 9 mensen: drie ouderlingen, drie diakenen en drie ouderling – kerkrentmeesters. De ouderlingen zijn verantwoordelijk voor pastoraat en eredienst. Zij worden daarin ondersteund door de werkgroep pastoraat die bestaat uit twee wijkteams en de liturgiewerkgroep. De kerkrentmeesters zijn verantwoordelijk voor het beheer van de financiële middelen en de bezittingen van de gemeente. Zij worden ondersteund door de werkgroep beheer. De diakenen houden de gemeente betrokken op de samenleving. De diaconie wordt daarin bijgestaan door de werkgroepen Zending en Werelddiaconaat en de Werkgroep Ouderenzorg. Daarnaast is er een ouderling, diaken of ouderling – kerkrentmeester die voorzitter van de kerkenraad en één die scriba is. Zij bereiden de vergaderingen voor en geven leiding aan het werk van de kerkenraad. Ook zijn zij verantwoordelijk voor de communicatie tussen kerkenraad en gemeente en de communicatie van de gemeente naar buiten.

11. 5 Klein maar vitaal

Onze gemeente bewijst dat je ook als kleine gemeente vitaal kunt zijn. Daarom willen we ook als kleine gemeente welbewust zelfstandig blijven. Zo kunnen we als gemeente ook aanwezig blijven in de haarvaten van onze dorpen. Voor belangrijke functies van het gemeenteleven waar we niet alleen kunnen voorzien, kunnen we samenwerking zoeken met één of meerdere gemeentes in de regio.

11. 6 Beleidsvoornemens

Concreet leidt dit tot de volgende beleidsvoornemens:
1.De kerkenraad doet niet alles alleen, maar delegeert waar dat kan taken aan werkgroepen.
2.Ook al worden we als gemeente kleiner we willen wel zelfstandig blijven om als kerk betrokken te kunnen blijven op onze dorpen.


12. FINANCIËLE MIDDELEN

12. 1 Financiële basis

De financiële basis van onze gemeente berust op een viertal pijlers
1. Landerijen
2. Kapitaal op de bank
3. Inkomsten van de begraafplaatsen in Deinum en Boksum
4. Vrijwillige bijdragen van de leden
In een krimpende gemeente als de onze, is de verwachting dat de inkomsten uit vrijwillige bijdragen terug zullen lopen. Al is dat tot nu toe niet het geval. Aan de andere kant is de betrokkenheid van alle dorpsgenoten op het kerkgebouw groot. Daar zijn dus in principe mogelijkheden om ook hen te vragen een steentje bij te dragen aan het onderhoud van de gebouwen.
Ad 2: Onder ‘kapitaal op de bank’ verstaan we rentedragende sommen geld in de vorm van bijv. deposito’s. Maximaal 10% van het kapitaal mag worden belegd, waarbij de voorkeur uitgaat naar een beleggingsproduct voor de langere termijn, zoals de Rabo -­‐ certificaten.

12. 2 Begroting

Elk najaar komen de kerkrentmeesters en het beheercollege met een begrotingsvoorstel. Dat wordt in de kerkenraad besproken en worden de prioriteiten opnieuw bepaald, waarna de kerkenraad de begroting vaststelt. Het regionale kerkelijk bureau van de PKN (Staphorst) ontvangt een afschrift van de vastgestelde begroting om ook van zijn kant daarop commentaar te geven.

12. 3 Jaarrekening

Tijdens de jaarlijkse gemeenteavond (voorjaar)biedt het college van kerkrentmeester de jaarrekening en verantwoording daarvan aan de gemeente aan. De kerkenraad stelt deze rekening vast. Controle van de jaarcijfers wordt gedaan door minimaal twee gemeenteleden met een financiële achtergrond (accountancy bijv.). Zij mogen geen deel uit maken van het college van kerkrentmeesters en/of de kerkenraad. Het regionale kerkelijk bureau van de PKN (Staphorst) ontvangt een afschrift van de vastgestelde jaarrekening om ook van zijn kant daarop commentaar te geven.

12. 4 Beleidsvoornemens

Voor de komende periode (5 jaar) gelden de volgende voornemens:
1. Vrijkomende rentedragende gelden worden zo veel als mogelijk voor nieuwe periodes vastgezet in risico-­‐arme producten tegen aanvaardbare rentes. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan doet het college van kerkrentmeesters voorstellen om anderszins de inkomsten op het vereiste peil te houden.
2. In de komende periode zal zo nodig worden onderzocht of alle onroerend goed (m.u.v. verpachte of in erfpacht uitgegeven landerijen)in bezit moeten blijven of dat dit (deels) verhuurd, verkocht of in een andere rechtsvorm moet worden ondergebracht (stichting bijv.).
3. Als monument zal de St. Jan qua meerjarig onderhoud de komende periode in goede staat worden gehouden. Dit kan middels de aflopende BROM subsidieregeling. 
4. Het monumentale orgel in de Sint Jan zal in de komende planperiode gerestaureerd worden. De kosten zullen deels worden betaald uit de zgn. BRIM subsidieregeling 2014-­‐ 2019.
5. Voor het woonhuis en verenigingsgebouw Ons Huis zal een meer jaren onderhoudsplan worden gemaakt.


13. COMMUNICATIE

13. 1 Belang

In een gemeente waarin de kerkenraad een deel van zijn activiteiten delegeert aan werkgroepen en waarin tal van verschillende activiteiten ontplooid worden is communicatie van wezenlijk belang. Werkgroepen moeten van elkaar weten wat ze doen en wanneer ze dat doen. De kerkenraad heeft daarin een coördinerende taak. Ook moet de kerkenraad zorgen dat de samenhang in de gemeente bewaard blijft en er momenten zijn waarop de deelnemers aan al die verschillende momenten elkaar kunnen ontmoeten.

13. 2 Organisatie

De eindverantwoordelijkheid voor de communicatie ligt bij de voorzitter en de secretaris van de kerkenraad. Zij onderhouden de contacten met de diverse werk – en taakgroepen en zijn verantwoordelijk voor een goede communicatie en afstemming tussen kerkenraad, werkgroepen, gemeente en voor de communicatie naar buiten. Zij worden hierin bijgestaan door de redactie van het kerkblad De Trjilling en een webmaster die de website van de gemeente bijhoudt. Er zijn een aantal werkgroepen van wie een van de leden toegang tot de site heeft en er wat op kan zetten. Dat blijkt onvoldoende om de website up to date te houden.

12. 3 Verbeteringen

De communicatie van onze activiteiten naar buiten moet beter. De kolommen van het kerkblad worden op dit moment hoofdzakelijk gevuld door de predikant en een van de diakenen. Dat is al jaren zo. Niet dat het niet functioneert, maar het is wel een erg smalle en dus kwetsbare basis. Inhoudelijk zou de redactie dus hoognodig versterking moeten krijgen. Dat zou heel goed free lance kunnen. Dus zonder dat zij zich hoeven te bemoeien met de organisatorische kant van het redactiewerk.

13. 4 Beleidsvoornemens
1. Verbeteren van de communicatie naar buiten.
2. Ervoor zorgen dat de webmaster, die de website van de gemeente bijhoudt, meer materiaal krijgt aangeleverd, zodat die up to date kan blijven.
3. Inhoudelijke versterking van de redactie van De Trjilling met een of meer gemeenteleden die geregeld wat schrijven.


Bijlage 1

ALLE BELEIDSVOORNEMENS OP EEN RIJ

Eredienst
1. Blijven investeren in goede muziek en dus handhaven van de functie van een geschoolde cantor organist.
2. Nu onze huidige predikant met emeritaat gaat, uitzien naar een creatief theoloog met gevoel voor liturgie die een grondige uitleg van de bijbel op een spirituele wijze weet te verbinden met de wereld van vandaag, en die naast het Nederlands ook het Fries actief beheerst of bereid is dat op korte termijn te leren.
3. Handhaven van de verscheidenheid in aanbod: vespers, diensten voor jong en oud, kerk school gezinsdiensten.
4. Bijzondere aandacht vragen de kerk-­‐school-­‐gezinsdiensten. Nu de school in Deinum een samenwerkingsschool is geworden, moet er gezocht worden naar een nieuwe vorm. Een aantal ouders is daar actief mee bezig. Zij verdienen actieve ondersteuning.
5. Handhaven van de samenwerking met Advendo en het jeugdkorps.
6. Ook het bibliodrama en dus de samenwerking met Gooitsen Eenling moet worden voortgezet.
7. Zorgen dat de liturgiewerkgroep op sterkte blijft. Zij waarborgt de continuïteit in de vormgeving van de diensten en houdt de liturgie en de liedkeus dicht bij de beleving van de gemeente.
8. Het aantrekken van iemand die nog in opleiding is voor het opzetten van een kindercantorij.
9. Het organiseren van een musical; met name in de tijd dat de predikantsplaats vacant is zou dat een samenbindend middel kunnen zijn.

Pastoraat
10. Het opzetten van een gesloten pastorale facebookgroep, waar mensen dingen met elkaar kunnen delen, elkaar vragen stellen, elkaar op activiteiten wijzen en met elkaar meeleven.
11. Het vormen van een of meer eetgroepen. We zouden een aantal gemeenteleden kunnen vragen daartoe het initiatief te nemen. De spirituele kracht van onze kerkgebouwen
12. Zowel de Sint Jan, de Sint Margriet als de Mariakerk blijven gebruiken voor onze diensten.
13. De Sint Jan is qua onderhoud goed bij de tijd. Dat moeten we zo houden en daar moeten we dus de middelen voor blijven vrijmaken. Eén van de eerste prioriteiten in de komende tijd is daarbij de restauratie van het orgel in de Sint Jan.
14. De Sint Jan, en misschien ook de Sint Margriet en de Mariakerk – maar die laatste twee zijn niet van ons – zouden vaker open moeten zijn. Minimaal een keer per week zou de kerk een paar uur open moeten zijn, zodat mensen er kunnen bidden, mediteren, gewoon stil kunnen zijn en eventueel een kaarsje aan kunnen steken. 
15. Blijven meedoen aan Tsjerkepaad en Open Monumentendag.
16. Samen met de Stichting Nieuwe Kunst in Oude Kerken, die de kunst in onze kerken beheert, een keer per jaar een activiteit organiseren voor een breed publiek.
17. Elk jaar in elk van de dorpen een paar schoolklassen uitnodigen om de leerlingen kennis te laten maken met het gebouw, met wat daar gebeurt en met de geschiedenis van het gebouw.

Vieringen op de scharnierpunten van het leven
18. Om het in de afgelopen jaren ontwikkelde beleid in dezen vast te houden hebben we een creatief theoloog nodig die bereid is deze vieringen samen met betrokkenen voor te bereiden en die daarbij zowel mensen van binnen als van buiten de kerk een volwaardige inbreng wil geven.
19. Het organiseren van een avond voor alle zielen in begin november waar we alle overledenen van het hele dorp herdenken.
20. Een keer per jaar een geboorteviering waar we alle geboortes in het dorp van dat jaar vieren.

Groepswerk
21. Vorming van een commissie vorming en toerusting die breed is samengesteld.
22. Verbetering van de communicatie over de activiteiten die we organiseren.

Betrokkenheid op de samenleving/diaconaat
23. De maandelijkse inzameling van goederen voor de voedselbank is een goed voorbeeld van een actie die in de kerk begon, maar inmiddels door het dorp als geheel gedragen wordt. Dat is de richting die we de komende jaren uit willen.
24. In samenwerking met de jeugdclub jongeren meer betrekken bij het diaconale werk.

Jeugdwerk
25. Zuinig zijn op de jeugdclub en de diensten voor jong en oud.
26. Samen met de betrokken ouders zoeken naar een vernieuwde samenwerking met de scholen.
27. Samenwerking met het jeugdkorps vasthouden.
28. Met de ouders onderzoeken of er animo is voor het opzetten van een kindercantorij.

Open en pluriform
29. Elke groep heeft de neiging introvert te worden. Dat geldt ook voor ons. Openheid is nooit een bezit, het vraagt voortdurende aandacht om die te bewaren. Die aandacht blijft een van onze belangrijkste beleidsvoornemens.

Organisatie
30. De kerkenraad doet niet alles alleen, maar delegeert waar dat kan taken aan werkgroepen.
31. Ook al worden we als gemeente kleiner we willen wel zelfstandig blijven om als kerk betrokken te kunnen blijven op onze dorpen. 

Financiële middelen
32. Vrijkomende rentedragende gelden worden zo veel als mogelijk voor nieuwe periodes vastgezet in risico-­‐arme producten tegen aanvaardbare rentes. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan doet het college van kerkrentmeesters voorstellen om anderszins de inkomsten op het vereiste peil te houden.
33. In de komende periode zal zo nodig worden onderzocht of alle onroerend goed (m.u.v. verpachte of in erfpacht uitgegeven landerijen)in bezit moeten blijven of dat dit (deels) verhuurd, verkocht of in een andere rechtsvorm moet worden ondergebracht (stichting bijv.).
34. Als monument zal de St. Jan qua meerjarig onderhoud de komende periode in goede staat worden gehouden. Dit kan middels de aflopende BROM subsidieregeling.
35. Het monumentale orgel in de Sint Jan zal in de komende planperiode gerestaureerd worden. De kosten zullen deels worden betaald uit de zgn. BRIM subsidieregeling 2014-­‐ 2019.
36. Voor het woonhuis en verenigingsgebouw Ons Huis zal een meer jaren onderhoudsplan worden gemaakt.

Communicatie
37. Verbeteren van de communicatie naar buiten.
38. Ervoor zorgen dat de webmaster, die de website van de gemeente bijhoudt, meer materiaal krijgt aangeleverd, zodat die up to date kan blijven.
39. Inhoudelijke versterking van de redactie van De Trjilling met een of meer gemeenteleden die geregeld wat schrijven.